Onze website ondervindt momenteel technische problemen. Sommige functies van de formulieren zijn daarom tijdelijk niet beschikbaar. We werken eraan om de betrokken diensten zo snel mogelijk opnieuw operationeel te maken.

Sluiten
De Munt / La Monnaie DE MUNT / LA MONNAIE

Wozzeck

Het verhaal

Lalina Goddard
Leestijd
5 min.

Lees hier het volledige verhaal van Wozzeck, het meesterwerk van Alban Berg.

EERSTE BEDRIJF

Eerste scène

Soldaat Wozzeck scheert zijn overste, de legerkapitein, die mijmert over het verstrijken van de tijd en over de eigenschappen van een “fatsoenlijk mens”. Hij maant Wozzeck aan om alles langzamer te doen en stelt dat het die aan moraliteit ontbreekt omdat hij een buitenechtelijk kind heeft. Wozzeck antwoordt dat deugdzaamheid een luxe is die voor de rijken is weggelegd. De kapitein, even uit zijn lood geslagen door Wozzecks weerwoord, breekt de discussie af en gebiedt hem te vertrekken, weliswaar langzaam en beheerst.

Tweede scène

Wozzeck en zijn vriend Andres snijden stokken. Terwijl de avond valt en Andres een jagerslied zingt, heeft Wozzeck een visioen: hij hoort vreemde geluiden en ziet hoe de ondergaande zon de aarde in lichterlaaie zet. Andres wijst erop dat het donker wordt en dat ze best terugkeren.

Derde scène

Wozzecks vriendin Marie kijkt toe terwijl onder haar raam een militaire parade voorbijtrekt. Haar buurvrouw Margret merkt honend op dat Marie flirt met de tamboer-majoor die de parade leidt. Marie slaat geërgerd het raam dicht en zingt een slaaplied voor haar zoontje. Wanneer Wozzeck binnenkomt, vertelt hij haar over de vreemde dingen die hij heeft gezien en vertrekt onmiddellijk weer zonder hun kind aan te kijken. Ontzet over Wozzecks gedrag beklaagt Marie zich over hun armoedige lot.

Vierde scène

Tegen een kleine vergoeding laat Wozzeck zich door de dokter gebruiken als proefkonijn. De dokter berispt Wozzeck omdat hij die “op straat zag hoesten als een hond”. Wozzeck stamelt dat de natuur zich soms aan de mens opdringt, waarop de geagiteerde dokter de lof zingt van de vrije wil en Wozzeck beveelt om zich aan zijn bonendieet te houden. Wanneer Wozzeck vertelt over zijn verontrustende visioenen, slaat de stemming om: de dokter is nu opgetogen over Wozzecks geestestoestand, die hij beschouwt als een interessant resultaat van zijn experimenten, en belooft hem opslag. De dokter is er zeker van dat zijn wetenschappelijk onderzoek hem eeuwige roem zal brengen.

Vijfde scène

Marie bewondert de tamboer-majoor om zijn brede borst en volle baard. Als reactie op haar geflirt pakt hij haar vast, waarbij zij zich met moeite losrukt. Wanneer de tamboer-majoor haar een tweede keer vastgrijpt en haar dreigend in de ogen kijkt, geeft ze zich gewonnen.

TWEEDE BEDRIJF

Eerste scène

Marie maant haar zoontje aan te gaan slapen, terwijl ze de oorbellen bewondert die ze van de tamboer-majoor heeft gekregen. Ze schrikt op wanneer Wozzeck binnenkomt. Op Wozzecks vraag waar ze die oorbellen vandaan heeft, antwoordt ze dat ze die heeft gevonden. Hoewel Wozzeck achterdochtig blijft, geeft hij haar het geld dat hij verdiend heeft en vertrekt weer. Marie verwijt zichzelf haar gedrag.

Tweede scène

De kapitein spoort de gehaaste dokter aan om het wat rustiger aan te doen. De dokter beangstigt op zijn beurt de kapitein door te speculeren over diens mogelijke kwalen. Als ze Wozzeck zien, alluderen ze gnuivend op het overspel van Marie met de tamboer-majoor. Wozzeck is volledig van de kaart en
rent weg.

Derde scène

Wozzeck confronteert Marie met de roddels over haar gedrag. Ze wijst zijn insinuaties eerst minachtend van de hand, maar klapt uiteindelijk uit de biecht. Woedend staat Wozzeck op het punt haar te slaan, waarop zij roept: “Ik krijg nog liever een mes in mijn lijf dan dat jij me aanraakt!”

Vierde scène

In de herberg kijkt Wozzeck met opgekropte woede toe hoe Marie met de tamboer-majoor danst. Nog voordat Wozzeck kan reageren is de dans afgelopen en wordt hij afgeleid door dronken omstaanders die liederen zingen en prediken. Wanneer het dansen hervat, verklaart een nar op onheilspellende wijze: “Vrolijk, vrolijk, maar het stinkt… Ik ruik, ik ruik bloed”.

Vijfde scène

In de kazerne kan Wozzeck de slaap niet vatten en houdt ook Andres wakker. Stomdronken strompelt de tamboer-majoor binnen en schept op over zijn avontuurtje met Marie, waarna hij Wozzeck te lijf gaat. Wozzeck delft het onderspit.

DERDE BEDRIJF

Eerste scène

Marie zit ’s nachts in haar kamer en leest in de Bijbel over de overspelige vrouw en de zondares Maria Magdalena. Ook de aanblik van haar zoontje confronteert haar met haar schuldgevoel. Ze roept uit dat ze vergeving wil.

Tweede scène

Wozzeck en Marie komen bij een vijver. Marie voelt zich bedreigd en wil rechtsomkeer maken, maar Wozzeck dwingt haar bij hem te gaan zitten. Hij kust haar en maakt ironische opmerkingen over haar trouw. De bloedrode maan komt op. Wanneer Marie probeert te vluchten, trekt Wozzeck een mes en steekt haar neer.

Derde scène

In de taverne wordt gedanst. Wozzeck zingt een lied; zodra hij Margret ziet, danst hij met haar en trekt haar op zijn schoot. Hij vraagt haar voor hem te zingen. Terwijl ze dat doet, ontdekt ze het bloed dat aan Wozzecks elleboog en hand kleeft. Iedereen dromt samen om het bloed te zien. Wozzeck stormt de taverne uit.

Vierde scène

Wozzeck is teruggekeerd naar de plaats delict. Hij vreest dat het mes waarmee hij Marie neerstak hem zal verraden en gooit het in de vijver. Dan bedenkt hij zich: men zal het moordwapen makkelijk terugvinden. In de gloed van de bloedrode maan waadt hij steeds dieper om het mes te zoeken en het bloed van zich af te wassen. Hij verdrinkt en zijn doodskreten worden gehoord door de dokter en de kapitein, die zich gauw uit de voeten maken.

Vijfde scène

Spelende kinderen vertellen elkaar over Maries lijk op de oever. Terwijl alle kinderen zich erheen reppen, blijft het zoontje van Wozzeck en Marie achter zonder te begrijpen wat er gebeurt. Hij blijft eerst spelen, maar loopt ten slotte toch de andere kinderen achterna: “Hop, hop!”