De Munt / La Monnaie DE MUNT / LA MONNAIE

In de plooien van een oneindig creatief proces

Rosas herneemt ‘Zeitigung’

Floor Keersmaekers
Leestijd
7 min.

Geen zuivere herneming en ook geen volledig aangepaste schriftuur: Zeitigung is misschien wel het meest originele voorbeeld van Anne Teresa De Keersmaekers zoektocht naar nieuwe benaderingen van het Rosas-repertoire. Tien jaar na Zeitung vertrok de choreografe voor haar herwerking van dezelfde muzikale grondstof – de kwintessens van twee eeuwen Duitse muziek, gebracht door Alain Franco aan de piano – maar vroeg ze ook aan danser-choreograaf Louis Nam Le Van Ho om op een persoonlijke manier aan de slag te gaan met het bronmateriaal. Een gesprek met de drie makers, ergens in de plooien van een oneindig creatief proces.

Na Zeitung en Re:Zeitung is dit de derde keer dat jullie met hetzelfde basismateriaal en met gelijkaardige centrale concepten en vragen werken. Valt dit uit te leggen door te verwijzen naar Rosas’ focus op repertoire, of is het eerder iets specifieks, dat eigen is aan het stuk, dat vraagt om verschillende keren te worden herwerkt, misschien zelfs tot in het oneindige?
 

Anne Teresa De Keersmaeker: Veel heeft te maken met de verschillende benaderingen van het repertoire: na het behouden van de originele schriftuur, zoals bij de herneming van Rain en Rosas danst Rosas, en het herschrijven van het volledig stuk, zoals het geval was bij Verklärte Nacht en A Love Supreme, is het voor mij compleet nieuw om mijn eigen schriftuur te confronteren met die van iemand die ik carte blanche gaf om ermee aan de slag te gaan.

Het hangt ook af van het statuut dat een bepaald stuk heeft. Er zijn stukken die ik niet wil opnemen in het repertoire, andere creaties wil ik niet uit handen geven, en dan zijn er die stukken die zich ertoe lenen verder ontplooid en gewijzigd te worden. Ik denk dat Zeitung tot die laatste categorie behoort. Indertijd had ik veel vragen. Rosas bevond zich op een keerpunt. Zeitung was de eerste creatie na het vertrek bij De Munt, en nadat ik met Ann Veronica Janssens had gewerkt (met een esthetiek die je, op een erg vereenvoudigde manier, kunt omschrijven als “less is more”). Er rezen vragen over wat de verhouding tussen dans en muziek allemaal inhoudt, over de identiteit van beweging, over de relatie tussen improvisatie en compositie, over de manier waarop beweging ontstaat in het lichaam …

Ik legde een parallel parcours af ten opzichte van Alain, die een raamwerk bood gebaseerd op een reflectie over tijd, met muziek van Bach, waar ik altijd naar terugkeer. Ik wilde zien of die parallelle lijnen elkaar zouden kruisen of niet.

Alain Franco: Ik voel me erg comfortabel bij de idee dat werken met kunst een onophoudelijk evoluerende continuïteit inhoudt. Ik voel me nauw verwant met een kunstwerk door die manier van denken, door die idee van het voortduren van het materiaal en van dat wat we een kunstwerk noemen. Dat komt voort uit de openheid van denkprocessen: ze zijn nooit voltooid. Als we het over literatuur zouden hebben, zouden we spreken van intertekstualiteit. Binnen deze metafoor gaat mijn voorkeur wel naar het lezen van bestaande teksten (in plaats van ze te herschrijven), zoals bijvoorbeeld in de hermeneutiek.

Louis Nam Le Van Ho: Inderdaad. Choreografie, of dans, is nauwelijks een “ding”, aangezien het steeds verandert, en haar natuurlijke continuïteit dankt aan de verschillende mensen die ermee werken. In het geval van Zeitigung ligt die continuïteit in de kern van het werk zelf. De vragen die Anne Teresa aanhaalde, blijven relevant, en er zijn een oneindig aantal antwoorden mogelijk. Op die manier eindigt het werk nooit en heeft het zin het te hernemen.

Betekent dat dat jij voor jouw eigen werk vertrekt van dezelfde basisvragen?
 

AF: Het is belangrijk te vermelden dat Anne Teresa Louis Nam niet uitnodigde om een “avatar” van haar werk te maken. Het was een duidelijke overdracht, met de bedoeling iets nieuws te creëren. Dat gebaar is met name interessant binnen de choreografische traditie: de vraag is niet om het origineel te kopiëren, maar om het materiaal te herdenken vanuit het perspectief van de esthetische erfenis (in plaats van een lichamelijke erfenis). Met andere woorden: ze gaf je niet de bewegingen, maar ze gaf je het materiaal.

LNLVH: Exact. De vermelde vragen liggen aan de grond van de originele choreografie, maar wat mij betreft, gaat mijn werk voor Zeitigung veel meer over de wrijving tussen twee schrifturen. Het reageert op stukken die Anne Teresa al gemaakt heeft, en probeert uit te zoeken wat er gebeurt als twee manieren van schrijven naast elkaar bestaan, en hoe je er bruggen tussen kunt bouwen. Dit brengt vanzelf de vraag naar voren naar wat choreografie eigenlijk is, en hoe je je eigen schriftuur kunt onderscheiden van die van iemand anders.

Met deze gedachte in het achterhoofd, vroeg ik mij af, Anne Teresa, of het misschien de ervaring was met Deborah Hay samen te werken, tijdens de creatie van Zeitung, die je ertoe bracht iemand anders te betrekken bij de herwerking van het stuk?
 

ATDK: Die ervaring met Deborah Hay bestond er voornamelijk uit een manier van werken te introduceren die volledig het tegengestelde is van wat ik doe. Ik was tot dan toe bezig geweest met het ontwikkelen van strategieën tussen muziek en dans, om de tijd te organiseren, vorm te geven en te plannen. Als in een laboratorium probeerde ik parameters de distilleren met betrekking tot het creëren van een flow, het verwezenlijken van leesbaarheid, het afstemmen van het individu op het collectief … Deborahs referentiepunten waren precies het tegengestelde. Ik wil vooral te weten komen of er regels zouden kunnen bestaan in formaliteit en in een graad van abstractie, die voorbijgaan aan de individuele perceptie. Voor Deborah is alles mogelijk, en zij beschouwt de individuele perceptie als het ultieme referentiepunt. Het is een interessante belevenis: het doet deuren opengaan. Ook werken met Louis Nam betekent onvermijdelijk dat ik mezelf in vraag stel, en dingen ga herschrijven. Maar los van het effect dat het op mezelf had, had het werken met Deborah ook een bevrijdend effect op de dansers als performers. Een andere aanpak kon aspecten oproepen waarvoor ik de tools niet had. Dus ja, je zou kunnen zeggen dat dit een belangrijke factor is wanneer je een andere choreograaf uitnodigt.

© Anne Van Aerschot
Ik neem aan dat de introductie van nieuwe muziek betekent dat de muzikale dramaturgie herdacht moet worden?
 

AF: Er is een cruciaal punt, dat Anne Teresa ook vaak vermeldt: Zeitung vertrok van de idee dat we een grote boog zouden maken die over de 19de eeuw heen zou reiken, met andere woorden: over de vraag naar de romantiek; een erg interessante vraag, maar een waarmee zelden wordt gewerkt in dans. In Zeitigung is de onderliggende idee om een sequentie te ontwerpen die die boog naar beneden duwt midden in het veld dat hij voordien overbrugde. Meer bepaald naar Brahms en Schumann. Samengevat ontwikkelt Zeitigung iets dat in Zeitung onderdrukt bleef. We geven het ruimte en een muzikale en choreografische realiteit.

ATDK: Met Zeitung sloegen we inderdaad de 19de eeuw over, en in het algemeen werkte ik nooit eerder met romantische muziek, afgezien dan van Verklärte Nacht. Maar een lang gesprek tussen Alain en mij leidde tot de conclusie dat, als ik dat ooit wel zou doen, Brahms ergens bovenaan de lijst zou staan.

AF: Zeitung bracht iets over dat “aanwezig was door zijn afwezigheid.” Het was tastbaar, maar niet effectief. Met Zeitigung gaan we hiermee aan de slag.

In tegenstelling tot Zeitung en Re:Zeitung werken jullie niet met opgenomen muziek, enkel met muziek die live wordt gebracht op het podium, door jou, de pianist. Vanwaar deze keuze?
 

AF: Inderdaad, zelfs van de orkestrale stukken maak ik een pianoversie. Er waren verschillende ideeën waarom ik dit zou doen, maar de sterkste en misschien de belangrijkste is die waarnaar ik al eerder verwees: ik wilde duidelijk maken dat het niet alleen over het werk op zich gaat, maar vooral over de studie ervan. Dat houdt in dat je zo ver mogelijk gaat in het maken van dingen, in plaats van enkel iets tot jou te nemen. Je legt je daar op toe.

© Anne Van Aerschot
De cast van deze re-creatie bestaat bijna uitsluitend uit voormalige PARTS-studenten. Hoe staat dat in verhouding tot het werken met PARTS-studenten in Re:Zeitung? Is er iets wat ze gemeenschappelijk hebben dat je aan hun opleiding zou kunnen toeschrijven?
 

ATDK: Het klopt dat het grootste deel van de cast in de klas van Louis Nam zat aan PARTS, dus delen ze de intense ervaring van drie jaar te hebben samengewerkt. Er bestaat een continuïteit in de zaken die ze samen hebben geleerd of in vraag hebben gesteld. Dat was belangrijk voor mij.

LNLVH: Wanneer je hen bijvoorbeeld vraagt om hun eigen bewegingsreeks te maken, is het veel makkelijker dat materiaal samen te brengen en eenheid te creëren. Iedereen deelt een gemeenschappelijke basis – wanneer je over beweging spreekt, heb je dezelfde referenties. Je kan dus samen echt een zinvolle dialoog hebben.

AF: Voor mij persoonlijk gaat een werksituatie nooit alleen over de mensen. Op de een of andere manier is het altijd iets dat gedefinieerd wordt op die momenten waarop je het niet verwacht. Je voelt dat er een bepaalde richting is genomen, maar dat je dat niet kan controleren. Het zou veel tijd kosten om dat proces te analyseren: om te zien in welke mate alle deelnemers daartoe bijdragen, of dat het eerder gaat om een groot idee dat top-down aan de groep wordt “opgelegd”. Het is sterk verbonden met de werkstructuren: op de eerste dag start je al met een andere sfeer.

ATDK: Nu we het hebben over werkstructuren en studenten dans, zou ik kunnen toevoegen dat ik mij als de directeur van PARTS bewust ben van het feit dat het vandaag de dag niet eenvoudig is voor jonge choreografen en dansers om de juiste werkomstandigheden te vinden. Ze moeten met hun werk hun weg vinden in een moeilijke situatie. Werken met Louis Nam was voor mij dus een manier om die zaken samen te brengen.

LNLVH: Toen Anne Teresa voorstelde om aan de slag te gaan met een stuk dat ze wilde hernemen, kende ik de meeste mensen die erbij betrokken waren al van school. De werkomstandigheden waren dus uitzonderlijk goed. Maar ik vond het vooral een buitengewoon gebaar. Dit is een aanbod dat je niet kunt weigeren. Je omarmt het en zegt ja.

Deze bijdrage verschijnt met vriendelijke toestemming van Rosas.

Deel deze pagina