De Munt / La Monnaie DE MUNT / LA MONNAIE

Maria Callas in de Munt

Het galaconcert van 14 juli 1959

Eline Hadermann
Leestijd
5 min.

Op 2 december 2023 leeft de legende van Maria Callas honderd jaar. ‘La Divina’ reisde de wereld rond met haar iconische stem, en kreeg dankzij haar veelvuldige opnames een bijzonder plekje in het collectief geheugen. Maar wist je dat ze ook in onze Muntschouwburg te bewonderen was? Blik samen met ons terug op een stukje Belgische muziekgeschiedenis.

7 maart 1958

Om 9 uur maakt de trans-Atlantische vlucht New York – Milaan een tussenlanding op de luchthaven van Melsbroek. Eén naam op de passagierslijst verklaart de hordes journalisten en fotografen in de terminal: die van Maria Meneghini-Callas, terug in Europa na een reeks voorstellingen van La traviata, Lucia di Lammermoor en Tosca in de Metropolitan Opera. Wie haar ook opwacht, is Joseph Rogatchewsky. De toenmalige directeur van de Munt (1953-1959) staat er met een ambitieuze missie: hij wil niets liever dan de Grieks-Amerikaanse stersopraan strikken voor een concert in zijn schouwburg. Volgens Het Laatste Nieuws was het antwoord van Callas gunstig: “Als Brussel me wil hebben, dan wil ik op eigen contract komen om geen moeilijkheden te hebben” (8 maart 1958), een referentie naar haar toenmalige contractuele issues met de Scala van Milaan.

Joseph Rogatchewsky, Maria Callas, Giovanni Battista Meneghini
Joseph Rogatchewsky, Maria Callas, Giovanni Battista Meneghini

Een iets elegantere ontvangst wacht haar op het stadhuis van Elsene, ooit de woonst van de Frans-Spaanse sopraan Maria Malibran. Na een toespraak van burgemeester Charles Janssens legt Callas witte aronskelken neer bij het bronzen beeld van haar idool en maakt ze tijd voor een uitgebreide signeersessie. Daarna vertrekt ze samen met haar man (en manager) Giovanni Battista Meneghini weer richting luchthaven, maar het Brusselse publiek mag hoop koesteren, zo blijkt uit een artikel uit De Zweep: “In afwachting dat zij na Madrid en Lissabon ook te Parijs en Brussel zal kunnen optreden, moeten de liefhebbers van de grote zangkunst zich tevreden stellen met het beluisteren van de vele fonoplaten die nu reeds in ruime mate door ‘La Callas’ ter beschikking van haar publiek worden gesteld. Wij zijn echter overtuigd dat het Belgisch publiek haar tijdens dit tentoonstellingsjaar te Brussel in levende lijve zal kunnen zien en horen”.

11 Juli 1959

De onthulling van het Atomium én een optreden van Callas – het bleek te veel van het goede voor onze hoofdstad in 1958. Maar een jaar later wordt de hoop wel bewaarheid wanneer de filantropische kring La Pléiade uitpakt met een galaconcert ten voordele van de liefdadigheidswerken van de Vereniging van de Leopoldsorde. Star of the show is La Callas, die er in één beweging een kleine tour der lage landen van maakt. Wanneer ze op 11 juli een concert brengt op het Holland Festival met het Concertgebouworkest, is het ook voor Belgische liefhebbers reikhalzend uitkijken naar deze performance, die omwille van het identieke programma een voorbode is van haar passage in Brussel.

Omdat het Amsterdamse galaconcert wordt uitgezonden op de Belgische radio, doen de geruchten de ronde dat ook het concert in de Munt een live uitzending zal krijgen. Die roddels moet La Pléiade echter meteen de kop indrukken, zo bericht Le Peuple op 9 juli:

‘Mevrouw Callas voor iedereen…’ – De personen die het zich niet kunnen veroorloven om 400 à 1000 BEF te betalen, zullen Mevrouw Callas kunnen aanhoren maar niet in de Muntschouwburg. Zoals we onlangs schreven, zal dit concert niet uitgezonden worden op 14 juli. Het is een contradictie, want het is juist de taak van het NIR om de vele duizenden liefhebbers die zich geen toegangskaartje kunnen veroorloven, toch te laten genieten van deze uitzonderlijke kans om één van de grootste zangeressen van de wereld – voor de eerste maal – te Brussel te mogen bewonderen. (…) Het lijkt wel paradoxaal dat men de luisteraars een opname uit het buitenland moet aanbieden, terwijl de vedette het zelfde concert in onze opera te Brussel brengt.

12 en 13 juli 1959

Vanuit Amsterdam komt Callas twee uur later dan gepland aan in de Belgische hoofdstad. Op uitnodiging van de Munt wacht de pers haar op in het hotel waar ze zal verblijven, het hotel Amigo. Nadat echter duidelijk wordt dat alle interviews worden geweigerd, doppen de Brusselse correspondenten, al kregelig door het uitblijven van een live-uitzending, hun pen in vitriool:

Callas veel te duur voor Belgische TV – Maria Meneghini-Callas is zondagavond, moe van Nederland, in Brussel aangekomen. Met twee uur vertraging, en ‘dus’ – liet de heer Meneghini weten – zou Maria de journalisten niet meer te woord kunnen staan. Zij heeft hedenmorgen een ‘slechte pers’. Noch de Belgische radio, noch de Belgische televisie zal aan haar optreden aandacht besteden, (anders dus dan in Nederland!) (…) De televisie heeft meegedeeld dat men – toen men eenmaal het honorarium wist dat Maria Callas (of Meneghini?) vroeg – niet eens meer haar naam durfde uitspreken.


De dag nadien wordt Callas uitgenodigd door Brussels burgemeester Lucien Cooremans op het stadhuis. Haar aankomst en vertrek wordt een journaalitem, waarbij de nieuwslezer het niet kan laten om Callas’ fel besproken gewichtsverlies en haar voorkeur voor champagne boven whiskey in de kijker te zetten: “Voor een keeltje als dat van La Callas past alleen godendrank. Het geheim van deze in zo weinig tijd zoveel versmalde taille heeft Mijnheer Meneghini, die altijd bij de hand is, niet prijsgegeven.”

14 juli 1959

Luxueuze programmaboeken – annex cadeauflesjes Dior-parfum – en een exclusief diner in Hotel Amigo achteraf: Callas’ langverwachte Belgische debuut wordt een waar society-event.

Uit het programmaboek:

De orkestbak van de Munt wordt toegedekt om de zaalcapaciteit te vergroten. Nicola Rescigno, Callas’ vaste dirigent op deze tournee, staat voor het Symfonieorkest van de Munt, dat op verzoek van Callas in volledige duisternis moet spelen. Enkel kleine leeslampjes verlichten de partituren van de muzikanten, zodat, na de ouverture van Cherubini’s Medea, alle schijnwerpers op La Divina gericht worden:

“Zij zingt vier aria’s, maar vier uitgebreide aria’s dan, ware muzikale tonelen, zoals zij bij voorkeur doet, uit vergeten of weinig gespeelde opera’s uit het grote belcantorepertoire van de vorige eeuw. Zij wil bewijzen, dat deze werken ten onrechte vergeten zijn, dat alleen de kunst om ze te vertolken is verloren gegaan, en dit bewijs lukt haar op onweerlegbare wijze. Men slaat geen oog van haar expressieve mimiek af. Zoals alle Italianen akteert zij ook op het koncertpodium, maar zij doet het op onnavolgbaar sobere wijze, met een bescheiden handgebaar, een oogopslag of een wending van het hoofd. Als zij bij een lange orkestrale passage, ingetogen in zichzelf verzonken, de muziek als het ware in zich opzuigt en dan plotseling het hoofd met een ruk opricht en haar karbonkels van ogen laat opvlammen, dan vaart er iets als een rilling door de toehoorders”
Hendrik Diels (De Standaard/Het Nieuwsblad)


Het concert verloopt niet zonder slag of stoot: tijdens haar laatste aria zou een technieker iets hebben laten vallen in de coulissen, wat volgens journalist Henry Lemaire ook Callas niet was ontgaan: “Het lawaai weergalmde en bliksemschichten flitsten op in de ogen van La Callas. Maar het had geen vervelende gevolgen en terwijl zij haar nervositeit bedwong, beëindigde de zangeres zonder de fout in te gaan haar zeer fraaie recital”.

Over de fraaiheid van Callas’ optreden waren de recensenten het overigens niet unaniem eens. Volgens Le Soir had Callas het personage van de diva “tot nieuw leven gewekt” en haar toeschouwers betoverd. In La libre Belgique werd haar “uitzonderlijk timbre, met een opvallende homogeniteit” geprezen, en viel tegelijkertijd haar dramatisch talent op: “Niets van wat zij zingt is niet eerst goed doordacht, waarbij het effect wordt gerealiseerd door een verbazingwekkende weldoordachte en passende houding en mimiek”. Andere correspondenten schreven echter dat Callas haar publiek “niet had weten boeien” (Jacques Stehman in La Lanterne), dat de vermoeidheid die ze in Amsterdam had opgelopen hoorbaar was en ze op een beleefdheidsapplaus werd onthaald (Gazet van Antwerpen).

2 december 2023

Honderd jaar na haar geboorte kijken we met grote belangstelling terug op deze unieke gebeurtenis uit de Muntgeschiedenis. Uniek, want een gepland tweede concert van Callas in België is er nooit gekomen. Dankzij de vele persknipsels en foto’s uit het rijke archief van ons operahuis kunnen we over de tijd heen een glimp opvangen van de indruk die La Divina toen op het publiek moet hebben gemaakt. Of we kunnen te rade gaan bij een van de laatste levende getuigen van dit concert, Margaret Jacquet-Overzier…

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met het Archief van de Munt en leunde op Maria Callas in Nederland en België van Karl H. Van Zoggels (Walburgpers, 2007).