De Munt / La Monnaie DE MUNT / LA MONNAIE

Er begint iets te bewegen

De urban dancers in ‘Rivoluzione e Nostalgia’

Eline Hadermann
Leestijd
5 min.

Vrijdagochtend, een repetitie voor Rivoluzione e Nostalgia in de Malibranzaal van de Munt. Op de tonen van het koor “Viva Italia” uit Verdi’s La battaglia di Legano verschijnen één voor één negen jonge dansers voor een barricade. Freestylend dienen ze de scène instant een shot Brusselse street culture toe. De cross-over werkt en schuurt tegelijk, want opera en urban dance ademen elk op hun eigen ritme. Reportage van een ‘clash of cultures’ die er geen hoeft te zijn.

Get krumped

In deze Verdi-diptiek belichamen de negen krumping-, house-, hiphop-, break- en afrodansers de revolutionaire spirit van de hoofdpersonages. Hun choreografieën, ontwikkeld door Michiel Vandevelde, zijn geïnspireerd op vierentwintig handbewegingen die gangbaar zijn op hedendaagse samenkomsten van activistische groepen. Toch laten de dansers in de eerste plaats hun eigen, persoonlijke stijl spreken, want ook die wortelt in historische tegenbewegingen.

© Simon Van Rompay

Krumping, bijvoorbeeld, ontstond in de nasleep van de Rodney King riots in 1992. Tommy Johnson, de geestelijke vader van deze dansstijl, zocht naar een manier waarop de buurtjeugd van South Central L.A aanhoudende frustraties kon wegventileren. Hij werd gevraagd om een verjaardagsfeestje te komen entertainen als dancing clown, en de rest is geschiedenis: zijn troupe van hiphop-clowns groeide uit tot de georganiseerde dansbeweging clowning, waarin een mix van breakdance, jazz, hiphop en tribal dance een uitlaatklep vormde voor jongeren die worstelden met het leven. “Na een tijdje splitste krumping zich af van clowning,” legt Siham Ennajjary (22) uit: “Krump-bewegingen zijn wat schokkeriger, sneller, athletischer. De naam is een acroniem voor Kingdom Radically Uplifted Mighty Praise, een verwijzing naar het spirituele karakter van deze dansvorm. Het is een energie, iets dat rechtstreeks voortkomt uit je pure emoties, hoe diep en duister die ook mogen zijn”.

Het revolutionaire karakter van urban dancestijlen zit net in die ultieme vorm van zelfexpressie die ze toelaten, legt hip-hopdanser- en choreograaf Justine Theizen (26) uit: “Hiphop is een stijl die voortkomt uit een onderdrukte minderheidsgroep. Toen ik ermee in aanraking kwam, besefte ik dat ik me plots veel veiliger voelde om uitdrukking te geven aan mijn genderidentiteit. Plotseling was het ‘oké’ voor een meisje om sneakers en een baggy t-shirt te dragen en fors te bewegen. Zo werd het oorspronkelijke protestkarakter van hiphop intersectioneel: met mijn dans vertegenwoordig ik de subgroep vanwaaruit hiphop ontstond, maar tegelijkertijd belichaamt het ook mijn strijd voor queer representation in de Belgische dansscène. Ik ben hiphop in al zijn facetten en probeer er een boodschap mee over te brengen”.

Clash of two worlds?

Die boodschap vindt nu dus zijn weerklank in een operavoorstelling over revoluties en hun levensvatbaarheid. Alleen werken de urban dancers in de Munt niet op luide beats, maar wel op de hoogtepunten uit Giuseppe Verdi’s vroege opera’s. En dat knettert, zegt de 19-jarige Leano Ali-Hamed: “Heel eerlijk, ik zag het aanvankelijk niet echt. Hoe zouden deze twee culturen, zo drastisch verschillend, hand in hand kunnen gaan? Niet alleen onze werelden, maar ook onze muziekstijlen zijn zo uiteenlopend. Wij zijn het gewend om te reageren op muziek die zich rond beats structureert. Verdi’s nummers zijn echter opgebouwd rond groeiende intensiteit, alles fluctueert er. Daarbinnen ritmische bewegingen opzoeken, voelt soms raar”. Afro-kudurodanser Lippeur Menda (24) treedt hem bij: “In opera mis je vaak die boem-klap van de hiphopmuziek waarop ik streetshows dans. Eigenlijk komt het erop neer om onze danscodes even te vergeten, zodat we ons kunnen aanpassen aan de steeds veranderende flow van de muziek”.

“Het is nooit hetzelfde”, beaamt Justine. “Eenzelfde nummer wordt door een operazanger telkens anders uitgevoerd: de ene keer is de begeleiding wat trager, een andere keer voegt de zanger er extra versieringen aan toe. Structuur vinden in opera-aria’s is niet vanzelfsprekend, maar wel een fijne uitdaging. Ik heb het gevoel dat ik een nieuwe manier aan het ontwikkelen ben om naar muziek te luisteren, eentje waarbij ik de performer letterlijk bestudeer om de muziek te kunnen volgen. Dat is erg leerrijk.” Bovendien levert de ontmoeting tussen opera en hiphop-freestyling ook wel hilarische taferelen op, vertelt breakdancer Rateb Syassi (27): “Wanneer we een personage spiegelen en improviseren op zijn of haar zang, schieten we wel eens in de lach – het contrast kan gewoon erg grappig zijn. Net zoals in onze dance battles beginnen we elkaar dan te hypen, zodat we het zelfvertrouwen niet verliezen en het crazy kantje van onze stijlen blijven behouden. Dat brengt ons dichter bij elkaar als groep.”

Het directe en emotionele karakter van Verdi’s muziek sluit dan weer wel volledig aan bij het bewegingsvocabularium van de dansers. Hiphop- en krumpdanseres Victoria Pallen (20) werd naar eigen zeggen “omvergeblazen” toen ze het Muntkoor voor het eerst live hoorde zingen: “Je kan niet naar deze muziek luisteren, en niets voelen. Wij hebben die diepgewortelde emotie ook nodig om te doen wat we moeten doen, namelijk hoogstpersoonlijke gevoelens kwijtraken in dansbewegingen”.
“En heb je al eens goed naar de lyrics geluisterd?”, vraagt Rateb. “De zangers vertellen echt een verhaal. Het is pas wanneer ik hun tekst begreep, dat de muziek me écht kon raken.”

Van Muntplein tot Muntschouwburg

Niet alleen de muziek, maar ook de machine achter het operahuis was een heuze ontdekking voor de dansers. Rateb: “Er komt een grote, hiërarchische structuur kijken bij het maken van een operavoorstelling. Dat is ongewoon voor onafhankelijke dansers zoals wij, maar dat hoeft ook niet per se slecht te zijn: ik denk dat het ons kan helpen om onze dansstijlen – die tot op de dag van vandaag nog niet echt worden erkend door kunstinstellingen – te professionaliseren”. En dat is nodig, volgens Siham: “Zelfs in de commerciële sector wordt er nog neergekeken op krump – het wordt vaak aanzien als te aggressief. Dat ik de stijl nu kan dansen op het Muntpodium, is een verwezenlijking. It’s like winning a fight for my community.”

Urban dance in de podiumkunsten

In 2020 sprak Charlotte De Somviele met Yassin Mrabtifi, Samir Bakhat en Abdelazziz Sarrokh, drie pioniers uit de Vlaamse urban dance scene. Ondanks hun populariteit en alomtegenwoordigheid missen urban dansstijlen nog steeds artistieke erkenning en structurele ondersteuning. ‘De kansen die we krijgen, mogen niet fake zijn’, klinkt het. Lees het artikel hier.

Maar verzaken aan de vrijheid die in hun dansstijlen voorop staat, zullen ze nooit. In dat opzicht kan een operagezelschap ook iets opsteken van de directheid waarmee urban dancers pure, ongebreidelde emoties overbrengen, en van de manier waarop hun freestyle werkethiek instant creaties oplevert. Siham: “Waar het in de traditionele operawereld misschien gebruikelijk is om terug te vallen op een eerder rigide rollenpatroon, werd er nu vooral gekeken naar hoe wij als individuen konden bijdragen aan de productie. Het is niet zo dat we ons opeens anders moeten gedragen, of een vooropgestelde functie moeten vervullen. We krijgen de vrijheid om suggesties te geven, waardoor ons aandeel meer als een uitwisseling aanvoelt dan een simpele dans- of figuratieopdracht. Die artistieke erkenning ondermijnt een dynamiek waarbij er in traditionele podiumkunsten vaak enkel richting hedendaagse dans gekeken wordt om een hybride voorstelling te maken, of waarbij het bij figuratie blijft om een beeld van culturele diversiteit te scheppen.”

“Natuurlijk zijn er nog zoveel urban dansstijlen, en bij uitbreiding ook andere kunstvormen, die zitten te wachten op vertegenwoordiging op het grote podium. Maar dat we onze werelden nu hebben verenigd op basis van een wederzijds vertrouwen biedt mogelijkheden om op dat platform verder te bouwen en op te schuiven naar een (kunst)wereld die toegankelijk wordt voor iedereen”, sluit Lippeur af. “Ik begon mijn carrière als streetdancer in de straten van Brussel. Eén van mijn favoriete plekken? Het Muntplein. Het reusachtige theater dat achter mijn met kleingeld gevuld hoedje stond, belichaamde een wereld waartoe ik geen toegang had. Nooit dacht ik eraan dat ik een paar jaar later niet voor, maar in de Muntschouwburg zou dansen, en dat het publiek er naar mijn kunst zou komen kijken. Dat betekent dat er iets begint te bewegen.”