De hernieuwing van de vaste abonnementen voor het nieuwe seizoen 2024-25 begint nu zaterdag om 13 uur. Abonnees van het huidige seizoen ontvangen dan een mailtje met alle praktische informatie.

Sluiten
De Munt / La Monnaie DE MUNT / LA MONNAIE

Nostalgia

Korte inhoud

Sébastien Herbecq & Marie Mergeay
Leestijd
6 min.

Veertig jaar na de revolutie… Wat blijft er over van de idealen van weleer? Lees hier de synopsis van Nostalgia, het tweede deel van onze nieuwe Verdi-diptiek.

PERSONAGES

Donatella is een exuberante galerijhoudster. Ze gaat er prat op een neus te hebben voor jong artistiek talent en houdt ervan zich te omringen met beloftevolle kunstenaars.

Carlo, een voormalig havenarbeider, heeft het met de hulp van machtige kennissen tot succesvol ondernemer in de bokswereld geschopt.

Giuseppe is (ex-)politicus en gaat door het leven als zelfverklaarde spirituele gids. Hij geniet van het leven en weet zich steeds te omringen met jonge mensen die hij kan aansturen.

Lorenzo is een eerder teruggetrokken figuur. Als jazzpianist leeft hij voor de muziek.

Virginia is de dochter van Cristina. Wie haar vader is, weet ze niet; haar gestorven moeder heeft het haar nooit verteld. Ze studeert visuele antropologie aan de universiteit. Na het overlijden van haar moeder is ze in het bezit gekomen van een doos met onuitgegeven beeldmateriaal, met interviews uit 1968. Ze beslist hiermee een documentaire te realiseren.

Cristina maakte in de late jaren 1960 deel uit van het vriendengroepje rond Carlo, Giuseppe en Lorenzo, maar zij is enkele jaren geleden overleden. Haar bezittingen liet ze na aan haar enige dochter.

Icilio is een erg politiek geëngageerd kunstenaar. Hij is het vriendje van Virginia en een protegé van Donatella, die zijn opkomende carrière wil steunen. Hij werkt aan een monumentale sculptuur, getiteld ‘de barricade van 1968’.

PROLOOG – een vernissage

Donatella bereidt samen met twee van haar protegés een dubbele vernissage voor: in haar galerij vindt de eerste vertoning plaats van de documentaire van Virginia, en Icilio heeft een sculptuur ontworpen die op hetzelfde moment zal onthuld worden. Icilio heeft een uitgesproken mening over hoe ons geheugen vormgeeft aan het verleden. In zijn ogen is kunst per definitie activistisch, toch zeker binnen een kapitalistisch denkkader.

Tijdens het werk aan haar documentaire is Virginia op het spoor gekomen wie haar biologische vader zou kunnen zijn. Ze heeft nu de vroegere vrienden van haar moeder uitgenodigd: Carlo, Lorenzo en Giuseppe. Deze vrienden hebben elkaar jaren niet gezien, maar door hen bij elkaar te brengen, hoopt Virginia haar zoektocht naar haar vader te kunnen beëindigen. Icilio van zijn kant hoopt de genodigden wakker te schudden uit hun neokapitalistische illusies.

Donatella (Helena Dix)
Donatella (Helena Dix) © Simon Van Rompay

De genodigden komen toe en worden door Donatella met een toost verwelkomd. De nostalgische sfeer van de avond zet Carlo, Giuseppe en Lorenzo ertoe aan elk hun eigen versie van het gezamenlijke verleden te vertellen.

EERSTE BEDRIJF – Carlo’s bekentenis

Carlo, Giuseppe en Lorenzo zijn aangekomen in de galerie. Icilio, wiens sculptuur net onthuld is, heeft steeds meer moeite met zijn opdrachtgevers uit de bourgeoisie, die het kapitalisme omarmen. Hij voelt zich gevangen. Lorenzo gaat aan de piano zitten en begint “Viva Italia” te spelen, een protestlied dat Carlo en Giuseppe meteen herkennen. In hun jeugd, tijdens de studenten- en arbeidersopstand van eind jaren zestig, zongen ze die hymne tijdens demonstraties. Hun herinneringen komen weer naar boven.

Carlo denkt terug aan Laura, een uiterst radicale activiste met wie hij toen een affaire had. Hij wordt plots overmand door een vreselijk schuldgevoel, omdat hij de radicalisering van de jonge vrouw niet heeft kunnen voorkomen: hij had met de politiecommissaris (Laura’s vader) een pact gesloten dat hem verbood om nog langer contact met haar te hebben. In ruil daarvoor ontving Carlo een grote som geld en kon hij een briljante carrière in de zakenwereld uitbouwen. Nu heeft hij daar echter spijt van. Giuseppe, die zich destijds bij de politie aansloot, berispt Carlo en verwijt hem zijn revolutionaire ideeën van weleer, die zijn familie in het verderf gestort hebben. Zijn zus Laura kwam om in verdachte omstandigheden, waarvoor hij Carlo verantwoordelijk acht: ze zou een aanslag gepleegd hebben in het kantoor van haar vader, die daar eveneens het leven liet.

TWEEDE BEDRIJF – Giuseppe’s bekentenis

Om de spanning te breken, heft Donatella een lied aan over een meisje dat op zoek is naar haar moeder. Dit thema raakt meteen een gevoelige snaar bij Carlo: hij ziet dat Virginia erg lijkt op Cristina (met wie hij in zijn jeugd een relatie had) en begint zich af te vragen of Virginia misschien zijn dochter is. De jonge vrouw legt de link en herkent in Carlo haar vader. Giuseppe van zijn kant zweert wraak te nemen op Carlo. De ex-politieman is erg in de war vanwege visioenen waarin zijn vader verschijnt en die pijnlijke herinneringen oproepen aan zijn relatie met hem.

DERDE BEDRIJF – Carlo verdwaalt in zijn herinneringen

Donatella begint een ander lied te zingen, met ditmaal een morbide thema: de galeriehoudster zingt over een bloedvlek die onmogelijk van de handen te wissen is en ze speelt een waanzinscène als ware die van een Shakespeare-personage. Carlo is van zijn stuk: zijn gedachten brengen hem altijd terug naar Laura, van wie hij altijd is blijven houden. Hij wordt gekweld door een visioen van de terroristische zelfmoordaanslag die ze veertig jaar eerder pleegde. Donatella, die Carlo’s verdriet aanvoelt, vraagt hem waarom hij afwezig lijkt. Carlo is erg geagiteerd en meent Laura te zien verschijnen. Donatella probeert de rust terug te brengen door een toost te brengen, maar Carlo’s waanzin neemt alleen maar toe. Hij kan zijn visioenen maar niet van zich afschudden en blijft verteerd door schuldgevoelens.

EPILOOG – Laura’s aanwezigheid

Laura’s geest speelt viool te midden van de barricade en laat de verschillende ‘herinneringen’ aan de revolutie herleven, waarbij een laatste strijdlied wordt gezongen. Carlo, Giuseppe en Lorenzo proberen de galerij te ontvluchten. Alle drie voelen ze zich schuldig aan Laura’s dood. Carlo denkt dat Laura zelfmoord pleegde omdat hij haar had afgewezen. Giuseppe meent dat hij haar onbedoeld heeft gedood door een terroristische aanslag op hun vader te willen voorkomen. En Lorenzo verwijt zichzelf dat Laura door zijn toedoen geradicaliseerd is en zich heeft aangesloten bij de stadsguerrilla, met de aanslag op de politiecommissaris als ultieme gevolg.

Vertaling: Maxime Schouppe