Benvenuto Cellini
Het verhaal en de muzikale hoogtepunten
- Leestijd
- 10 min.
Lees hier de synopsis van Hector Berlioz’s eerste opera, opgeluisterd met een paar muzikale fragmenten, voor jou uitgekozen en becommentarieerd door dirigent Alain Altinoglu.
De ouverture
Alain Altinoglu: Sommige ouvertures stellen kort alle belangrijke thema's van een opera voor, andere maken daarentegen geen enkele toespeling op de melodieën die zullen volgen. Hier heb je iets tussenin. Al van bij aanvang komt de muzikale persoonlijkheid van Berlioz volop tot uiting, en meteen ook zijn karakterisering van het personage Cellini waarmee hij zich sterk identificeerde. Het eerste thema, met zijn ongebreidelde ritme, effent het pad voor de furie en de folie die zo kenmerkend zijn voor Berlioz. Vervolgens krijgen we een voorsmaakje van de pantomime van het tweede tafereel, gespeeld op de Engelse hoorn, evenals de beroemde melodie van de paus, naast andere opvallende motieven. Doorheen het hele stuk zijn er aaneenrijgingen van snelle segmenten en langzamere passages, versterkt door een weelderige orkestratie en onverhoedse ritmische wendingen die zouden kunnen doen denken aan de Symphonie fantastique. Op het eerste gehoor klinkt de muziek klassiek en harmonieus, maar wie de oren spitst, merkt heel wat muzikale haperingen en schijnbaar wankele overgangen op. In werkelijkheid betreft het zeer originele maatwisselingen. We gaan van de gebruikelijke maatsoorten met vier of acht tellen over naar maatsoorten met drie, twee of zeven tellen. Berlioz wisselt deze zeer snel af, wat een destabiliserend effect heeft en soms ongemakkelijk is om te spelen. Het vergt een heel precieze aanpak.
EERSTE BEDRIJF
Eerste Tafereel - Vette Maandag
Bij het vallen van de avond maakt schatbewaarder Giacomo Balducci zich klaar om naar de paus te gaan, die hem op dit late uur heeft ontboden om het te hebben over Benvenuto Cellini, de Florentijnse ciseleur aan wie net de opdracht is toegewezen om een bronzen standbeeld voor het Vaticaan te maken. Balducci is boos dat Cellini de voorkeur heeft gekregen boven de Romeinse beeldhouwer Fieramosca, die hijzelf als schoonzoon wenst. Nadat haar vader foeterend de kamer is uitgestormd, luistert Teresa bij het raam naar een koor van uitzinnige gemaskerden. Gealarmeerd door het lawaai keert Balducci op zijn stappen terug; hij wordt bekogeld met suikerbonen, die vlekken op zijn kleren maken. Zijn ergernis wordt nog groter als hij de bloemen ziet die Teresa krijgt, maar hij moet zich naar zijn afspraak haasten. Tussen de bloemen vindt Teresa een briefje waarin haar geliefde – niemand minder dan Cellini – aankondigt dat hij haar dadelijk komt opzoeken. Kort na zijn aankomst dringt ook Fieramosca Balducci’s huis binnen, om er Teresa het hof te maken. Hij is stomverbaasd haar in gesprek te zien met Cellini.
“Ah ! mourir, chère belle” & “Qui, la mort éternelle”
Alain Altinoglu: In het eerste tafereel verandert het prachtige openingsduet tussen Cellini en Teresa met de komst van Fieramosca in een trio dat voor de zangers bijzonder uitdagend is. De ritmische overlappingen tussen de drie stemmen zijn zo snel dat ze letterlijk naar adem doen happen. Naast de technische virtuositeit en de stijl die aan een opéra-comique doet denken, heeft de scène ook een historische betekenis. Geschreven in 1838 voorafspiegelt ze reeds de kwintetten uit Lakmé en Carmen die heel wat later werden gecomponeerd. De invloed van Berlioz op de Franse muziek uit de tweede helft van de 19de eeuw kan niet overschat worden.
Hij luistert hen stiekem af en verneemt zo het plan dat zijn rivaal heeft bedacht: de volgende avond moet Teresa naar Piazza Colonna komen, zogenaamd om er een nieuwe carnavalsvoorstelling bij te wonen. Cellini zal zich verkleden als monnik en samen met zijn vriend Ascanio, die gekleed zal zijn als witte boeteling, van de drukte profiteren om Teresa te ontvoeren en haar mee te nemen naar Firenze. Cellini wil Teresa namelijk redden van het lot dat haar te wachten staat als ze in Rome blijft: ofwel een huwelijk met Fieramosca, ofwel het klooster. Het meisje is blij met het plan; Fieramosca neemt zich voor het te dwarsbomen. De geliefden staan op het punt afscheid te nemen wanneer Teresa de haar vaders voetstappen hoort. Ze maant Cellini meteen aan zich achter de deur te verbergen; Fieramosca verstopt zich intussen in de eerste de beste kamer. Balducci is verbaasd dat Teresa nog op is, want het is bijna middernacht. Ze maakt haar vader wijs dat een man haar kamer is binnengedrongen. Balducci haast zich erheen om de onverlaat te vatten en Cellini maakt van de gelegenheid gebruik om te ontsnappen. Tot Teresa’s grote verbazing komt haar vader terug met Fieramosca. Balducci heeft geen oor naar diens ontkenningen en roept zijn buren om Fieramosca een lesje te leren, maar die weet te ontkomen.
Tweede Tafereel - Vastenavond
Cellini is ruimschoots op tijd voor de afspraak op Piazza Colonna. Hij is naar eigen zeggen bereid zijn kunst op te geven om zijn liefde te kunnen beleven. Hij treft zijn vrienden en medewerkers in een herberg; ze bestellen allemaal drank bij de kroegbaas, die eist dat ze eerst hun uitstaande rekeningen vereffenen. Op dat moment komt Ascanio aan met een goedgevulde beurs. Hij herinnert Cellini eraan dat dit de vergoeding is voor het beeld dat de paus heeft besteld; Cellini krijgt het geld alleen als hij belooft het werk ten laatste de volgende dag te gieten. Die zegt dat toe, betaalt de schulden en vraagt zijn vrienden om Balducci af te leiden zodra die zich vertoont. De woedende Fieramosca vertelt zijn vriend Pompeo over Cellini’s plan. Pompeo zet hem ertoe aan zijn voorkennis van het plan van zijn rivaal in eigen voordeel te gebruiken door zelf ook een monnikspij te dragen. Pompeo zal een witte pij aantrekken, zodat ze samen Teresa kunnen meenemen, die zal denken dat bij haar geliefde is. Teresa arriveert op Piazza Colonna aan de arm van haar vader, die haar met tegenzin meeneemt naar de voorstelling. Cellini en Ascanio verschijnen in de afgesproken vermommingen. De acteurs nodigen het volk van Rome uit om te kijken naar de klucht die ze gaan opvoeren, tot ieders grote vreugde.
Het carnaval
Alain Altinoglu: Het carnaval dat het eerste bedrijf afsluit, telt 2000 maten, goed voor ruim twintig minuten muziek. De orkestrale inleiding kondigt met zijn onstuimige energie al meteen een grootse scène aan. Daarna volgen de interventie van Balducci en een prachtige melodie gezongen door Teresa, gevolgd door talloze korte terzijdes – “bedachtzaam en mysterieus”, voor wie goed luistert – te midden van het grandioze feest dat doet denken aan de concertati die Verdi jaren later zou uitwerken. In heel deze sequentie is de opeenstapeling van stemmen en muzikale ideeën buitengewoon rijk. Na de aankomst van de paus, midden in het feestgedruis horen we de solo van de Engelse hoorn waarover we het daarnet al hadden, hier prachtig begeleid door de harp, en meteen daarna een geniale solo van de ophicléide, een koperblaasinstrument dat in de jaren 1820-1880 veel werd gebruikt in religieuze en militaire muziek en later werd vervangen door de tuba, gekenmerkt door sterkere ventielen en een gelijkmatiger klankkleur. Daarbij komen nog talrijke virtuoze passages voor de koren, die onder meer de melodie van het Carnaval romain zingen. Alles culmineert in het buitengewone slotpresto waarin Berlioz wonderwel de exuberante en feestelijke sfeer van Rome weet weer te geven, die hij goed kende omdat hij in 1830 in de Villa Medici verbleef die uitkeek over de stad.
De pantomime begint. Balducci is verontwaardigd dat hij samen met de paus belachelijk wordt gemaakt, maar is benieuwd te zien hoe ver de satire gaat. Vervolgens verschijnt Colombine op het toneel en kondigt een wedstrijd aan tussen twee andere personages, de schelm Arlequin en de losbandige Pasquariello. Colombine zelf zal de winnaar bepalen. Het ongeduldige publiek verjaagt haar van het toneel. De klucht gaat verder onder het gejoel van het publiek en het gevloek van Balducci, die zelfs de acteurs te lijf wil gaan. Fieramosca en Pompeo, verkleed als monnik en boeteling, komen dichterbij op het moment dat de gemaskerde toeschouwers kleine kaarsjes (moccoli) aansteken en achter elkaar aan rennen om ze te doven. Zowel Fieramosca als Cellini vindt dat het moment gekomen is om Teresa te schaken. Die stelt stomverbaasd vast dat er twee kapucijnen voor haar staan, die haar allebei een arm aanbieden! Cellini is woest, trekt zijn zwaard en doodt Pompeo. De menigte roept wachters en Balducci vindt een lijk aan de voeten van zijn dochter. Cellini wordt opgepakt, tot grote wanhoop van Teresa. Het kanon van de Engelenburcht gaat af, wat het einde van het carnaval betekent. De moccoli worden meteen gedoofd en Cellini maakt van de plotselinge duisternis gebruik om te vluchten. Ascanio, die Teresa heeft herkend, neemt haar mee. Balducci is ervan overtuigd dat de man in het bruine gewaad tegenover hem de moordenaar is en levert dus Fieramosca uit aan de wachters. Die houdt zijn onschuld staande, maar wordt toch naar de gevangenis gebracht. Balducci gaat tevergeefs op zoek naar zijn dochter.
TWEEDE BEDRIJF
Derde Tafereel - Aswoensdag
In Cellini’s atelier probeert Ascanio Teresa gerust te stellen: zij maakt zich grote zorgen om haar geliefde, van wie ze niet weet dat hij ontkomen is. De twee jongelui horen op straat witte monniken zingen; ze bidden voor de redding van Cellini… die ineens het atelier binnenstormt. Dankzij zijn vermomming kon hij zich tussen de monniken verschuilen. Omdat zijn vooruitzichten hachelijk zijn, wil hij meteen met Ascanio en Teresa ervandoor gaan. Zijn vriend herinnert hem eraan dat de paus dezelfde dag nog zijn beeld verwacht. Cellini is evenwel vastbesloten om te vertrekken en draagt Ascanio op een paard te gaan zoeken. Zodra Ascanio weg is, bevestigen de jonge geliefden hun toewijding aan elkaar. Teresa ziet in het feit dat ze elkaar hebben teruggevonden het bewijs dat de hemel hun relatie genegen is. Cellini ruilt zijn bebloede kleren voor een harnas.
“Ah ! le ciel, cher époux”
Alain Altinoglu: Dit liefdesduet tussen Teresa en Cellini is subliem. Bij de première kreeg Benvenuto Cellini veel kritiek vanwege het “gebrek aan memorabele melodieën”. Niets is minder waar. Integendeel, doorheen het hele werk zijn er prachtige passages. Misschien was deze opera zijn tijd gewoon te ver vooruit voor het toenmalige publiek. Veel muzikale subtiliteiten komen bijvoorbeeld eerder via het orkest dan via de stemmen tot uiting, en dat was nog niet gebruikelijk in de muzikale schriftuur: het orkest had nog steeds vooral een begeleidende rol. Het klopt ook dat de partituur bulkt van de motieven die niet verder worden uitgewerkt of hernomen, in tegenstelling tot de toen gangbare praktijk. Maar hier is de melodie die Teresa en Cellini delen bijzonder mooi, naast technisch veeleisend omwille van de zeer hoge noten voor de sopraan. De titelrol zelf vergt zowel kracht, uithoudingsvermogen als een groot stembereik, en hoewel Gilbert Duprez een van dé getalenteerde tenoren uit die periode was, slaagde hij er niet in de rol van Cellini overtuigend te creëren. Critici uit die tijd zagen dit eerder als een zwakte in de compositie dan als een gebrek aan vocale techniek. Maar dat is moeilijk vol te houden als je dit duet in een perfecte uitvoering hoort.
Ascanio komt terug en waarschuwt dat Balducci en Fieramosca eraan komen. Teresa verstopt zich net op tijd in het atelier voordat haar vader binnenkomt. Die bedreigt Cellini met een pak slaag als hij zijn dochter niet teruggeeft. Teresa komt tevoorschijn om te voorkomen dat haar geliefde mishandeld wordt. Om haar te beschermen zegt Cellini dat hij als enige verantwoordelijk is voor haar verdwijning; hij onthult vervolgens dat ze geliefden zijn. Balducci is woedend en dwingt Fieramosca om de geliefden uit elkaar te halen en Teresa, zijn toekomstige vrouw, mee te nemen, wat Cellini dan weer woest maakt.
De woordenwisseling wordt onderbroken door de komst van de paus, die iedereen een volle aflaat belooft. Balducci en Fieramosca vragen hem echter om wraak te nemen op de schurk die Teresa heeft ontvoerd, hun eer heeft aangetast en een vriend heeft vermoord. Wanneer de paus hoort dat het om Cellini gaat, berispt hij de kunstenaar; hij vraagt ook naar het beloofde standbeeld en wordt ongeduldig wanneer hij verneemt dat het nog steeds niet is gegoten. Hij overweegt de opdracht aan een andere ambachtsman toe te vertrouwen, maar Cellini slaat nog liever zijn model aan stukken dan het beeld door iemand anders te laten gieten. Wanneer de paus zijn aanhouding beveelt, gaat hij met een hamer op dat model af. Alle aanwezigen zijn stomverbaasd dat Cellini het waagt de paus te tarten. Die slaat echter een mildere toon aan en vraagt de kunstenaar wat hem zou kunnen sussen. Cellini verzoekt om vergeving voor zijn fouten, de hand van Teresa en meer tijd om het beeld te gieten. De paus voelt zich in de val gelokt: zijn liefde voor kunst dwingt hem toe te geven. Hij geeft Cellini een dag om het beeld af te werken. Als het dezelfde avond niet klaar is, zal de paus hem aan het gerecht overleveren. Cellini is ervan overtuigd dat het hem lukt; ook Ascanio toont zich zelfverzekerd, maar Teresa is wanhopig. Fieramosca en Balducci zijn er zeker van dat Cellini zal falen en verheugen zich op hun spoedige wraak.
Vierde Tafereel
In de gieterij in het Colosseum is Ascanio melancholisch gestemd, vlak voordat hij het “bronzen kind” zal ontdekken dat Cellini heeft gemaakt. De arbeiders komen in opstand tegen het bijkomende werk en willen het atelier zien sluiten. Cellini vreest dat hij alleen komt te staan terwijl heel Rome de blik op hem richt. Hij dagdroomt over hoe zijn leven eruit zou zien als hij een eenvoudige herder was. De gieters, die gefrustreerd zijn door de omvang van hun taak en de onmogelijke termijn, zingen droevige liederen over zeelieden die aan de golven zijn overgeleverd. Ascanio acht het een slecht voorteken, maar Cellini moedigt hen aan om “matrozen op een metalen rivier” te worden en zich extra in te spannen.
’s Avonds komt de paus langs, zoals afgesproken. Tweemaal melden arbeiders dat ze metaal tekortkomen. Ascanio en Teresa bidden dat Cellini zijn werk kan afmaken, terwijl Balducci en de paus zijn ondergang zien naken. Cellini besluit al zijn kunstwerken die in het atelier staan te smelten. Goud, zilver, koper, brons: alles gaat de oven in. De paus bewondert de durf van de kunstenaar, Balducci beschouwt die als pure waanzin. Wanneer het deksel van de ketel vliegt, lijkt alle hoop gevaren; er stroomt echter een vloed van vloeibaar metaal op de grond – de taak is volbracht! De paus vergeeft Cellini en vertrekt; de kunstenaar, Teresa en de arbeiders blijven verrukt achter.
“Du métal !”
Alain Altinoglu: Het slot van de opera is om meerdere redenen interessant. Vooreerst omdat het verschillende geluidseffecten in het orkest oproept die vergelijkbaar zijn met die welke Wagner later in Das Rheingold en Siegfried zou gebruiken. Op het podium wordt metaal gesmolten. In de orkestbak vertaalt zich dat muzikaal in een cadens, met de strijkers die voorafgaand aan een ware instrumentale explosie als het ware in de toonaard van fis blijven hangen. En dan is er nog het koor van de beeldhouwers dat op zeer majestueuze wijze begint, maar op een veel komischere toon eindigt. Het is ontroerend om een werk af te sluiten met een ode aan de ambachtelijkheid en de werkende mens. Berlioz componeert voor het volk. Zijn Benvenuto Cellini is finaal een echte muzikale mozaïek: soms lastig om de verschillende delen met elkaar te verbinden, maar de rijkdom en diversiteit van het geheel weten de luisteraar onvermijdelijk te boeien. Ik ben oprecht trots dat ik deze opera mag dirigeren...
Vertaling: Jeroen De Keyser