De Munt / La Monnaie DE MUNT / LA MONNAIE

Sylvia Huang

#mirrorselfie

Thomas Van Deursen
Leestijd
7 min.

Ze is Belgisch, een laureate van de Koningin Elisabethwedstrijd en sinds kort de nieuwe concertmeester van de Munt: maak kennis met Sylvia Huang! Nadat ze ons orkest dit jaar al aanvoerde tijdens twee concerten maakt ze zich nu op voor haar eerste opera in de Munt: Henry VIII. Tijd voor een moment van zelfreflectie.

Het is 5 april 2023, 15 uur. Hoe voel je je?
Ik voel me geweldig. Ik heb net lekker in de zon gegeten en vanmorgen al goed gewerkt. Ik probeer altijd productief te zijn aan het begin van de dag, ook al ben ik niet echt een vroege vogel. Als musici zijn we zo gewend om ‘s avonds te pieken voor onze voorstellingen, dat het ‘s morgens weleens een strijd kan zijn. Op dagen dat ik geen optredens heb, werk ik trouwens ook graag ‘s avonds laat. De inspiratie komt dan sneller. Uiteraard zet ik uit respect voor de buren een grote demper op mijn instrument of ik doe tafelwerk.

Wat houdt dat precies in?
Ik bestudeer de partituur. Of ik luister naar verschillende versies van het werk. Soms speel ik het stuk in mijn hoofd. Er bestaan andere manieren van werken dan enkel met je instrument.

Enkele maanden geleden ben je als concertmeester gestart bij de Munt. Welke conclusies kun je nu al uit die ervaring trekken?
Tot nu toe heb ik nog maar twee symfonische projecten gedaan en ik kijk er echt naar uit om aan mijn eerste opera te beginnen. Erg hangt hier echt een positieve energie, vind ik. Die is deels te danken aan het werk van Alain. Hij heeft steeds die drive, die rijkdom aan muzikale ideeën en ook het vermogen om muzikanten samen te brengen. Tijdens de concerten zelf is hij een en al energie, wordt hij één met het orkest en het publiek.

© Pieter Claes

Waarom koos je voor het Symfonieorkest van de Munt?
Om verschillende redenen. Ik heb acht jaar in Amsterdam gewoond, waar ik tuttist was in het uitstekende Concertgebouworkest. Maar ik kwam op een punt in mijn leven dat ik iets anders wilde ontdekken. Vier jaar geleden nam ik deel aan de Koningin Elisabethwedstrijd en dat heeft heel wat deuren geopend voor mij. Ik begon concerten te doen als soliste, kamermuziek ... Het werd moeilijk om dat te combineren met de baan van tuttist, waarbij je altijd in het orkest aanwezig moet zijn. Ik had meer vrijheid nodig en wilde terug naar België. En toen kwam er die plek vrij bij de Munt. Vroeger was het nooit in mij opgekomen om te solliciteren. Zoveel verantwoordelijkheid en druk...

Bij nader inzien is het waarschijnlijk een mix van meerdere dingen geweest die me aantrok. Je maakt deel uit van het orkest en tegelijk moet je ook een sectie leiden, er is die interactie met de andere aanvoerders en de mogelijkheid om je uit te leven solo's en in de kamermuziek... Ik was erop gebrand om met al die verschillende aspecten kennis te maken en besloot mee te doen met de auditie. Ik prijs mezelf diep gelukkig dat ik deze functie nu ook effectief mag uitoefenen. Het is een geweldige kans om me binnen dit orkest te ontwikkelen en daarnaast ook tijd te hebben voor persoonlijke projecten.

En het laat je misschien ook toe om meer variatie te brengen in je repertoire?
Precies. Ik zat in een orkest dat alleen symfonische stukken bracht. Na acht jaar stel je vast dat veel programma’s herhaald worden. En ook al speelden we in Amsterdam een opera per jaar, ik ken de operawereld niet goed. Ik ontdek dus een nieuw repertoire, een nieuw universum.

Binnenkort speel je een eerste keer in de orkestbak van de Munt, tijdens Henry VIII. Primeert het ongeduld of toch vooral de stress?
Voorlopig nog niet de stress (lacht). Ik kan niet wachten om het hele proces van een opera door te maken: van de eerste repetities tot en met de eigenlijke voorstellingen. Om te zien hoe er een harmonie ontstaat tussen de zangers, de regie en het orkest. En ik ken deze opera ook niet. Het is dus in alle opzichten een ontdekking en ik ben erg benieuwd om te zien hoe het uitpakt.

Ben je al in de partituur gedoken?
Ik moest de boogstreken aanduiden, dus ik heb naar de muziek kunnen luisteren. Maar ik zou graag de context zien. Dat is het gekke aan opera. Er gebeurt zoveel. Het is echt een fusie van verschillende kunsten. Ik heb een muzikaal beeld van het werk, maar op dit moment is het onvolledig. Ik wil dat de hele voorstelling in mijn hoofd zit.

de boogstreken

Bij snaarinstrumenten wordt de klank geproduceerd door met je strijkstok op de snaren te duwen of te trekken. Bereid je een muziekstuk voor, dan moet je voor elke noot of frase beslissen of je ze duwend dan wel trekkend zal spelen, in functie van het effect en het klankbeeld dat je wil bereiken. Daarbij moet je rekening houden met parameters als volume, klankkleur, tempo enz. In het geval van een orkest moeten alle strijkersgroepen op dezelfde manier spelen. Anders gezegd: ze moeten op hetzelfde moment duwen of trekken, om tot een homogeen geluid te komen. Twee symbolen worden gebruikt om de boogstreken aan te geven boven de noten in de partituur: ∏ en V. Als concertmeester heeft Sylvia Huang de taak om de boogstreken van de eerste violen in ons Symfonieorkest te bepalen.

Je bent nog maar 28, maar hebt al een goedgevulde carrière achter de rug: een plaats in grote orkesten, prestigieuze prijzen ... Verbaas je je weleens over de wending die je loopbaan heeft genomen?
Ja. Ik ben altijd verrast door alles wat er in mijn leven gebeurt. Ik heb mijn carrière nooit echt gepland. Soms heb ik zelfs het gevoel dat ik dingen achterstevoren heb gedaan. Gebeurtenissen kwamen op mijn pad, en die gebeurtenissen openden deuren voor mij. Ik laat me een beetje meevoeren en prijs mezelf gelukkig.

Wat waren volgens jou de keuzes en/of de bepalende factoren die jou tot dit punt hebben gebracht?
Ik heb altijd viool gespeeld. Een leven zonder dat instrument kan ik me dus moeilijk voorstellen. Ik had wel een plan B: dierenarts worden. Ik hou van dieren. Na de middelbare school ben ik niet aan hogere studies begonnen. Ik ben direct bij het Belgian National Orchestra gestart, vervolgens ben ik naar het Concertgebouworkest gegaan en daarna heb ik toch nog gestudeerd aan het Conservatorium van Amsterdam. Deelnemen aan de Koningin Elisabethwedstrijd was voor mij in de eerste plaats een uitdaging. Ik dacht niet dat ik door de preselectie zou raken. Mijn keuzes zijn vaak spontaan, ik leef van dag tot dag en ik neem beslissingen op basis van wat ik op dat moment wil of nodig heb, niet volgens een vooropgezet plan.

Wat heeft het leven als muzikante je bijgebracht?
Ik heb het gevoel dat het me helpt om de kleine dingen in het leven echt te waarderen. Ik ben zo blij met wat ik heb. Uiteraard werk ik veel, daar kan je gewoon niet omheen. Maar het is werk waar ik van hou. Dat maakt het leven eenvoudiger.

Welke muziek heeft jouw leven het meest beïnvloed?
Moeilijk te zeggen. Er zijn zoveel dingen die me te binnen schieten ... Spontaan denk ik aan Mahlers Derde symfonie. Ik heb dat repertoire in Amsterdam ontdekt. Ik herinner me dat ik volledig overweldigd was toen we deze reeks Mahlerconcerten deden. We hebben die symfonie toen misschien drie keer gespeeld, maar om de een of andere reden die ik niet helemaal kan verklaren, moest ik na elk concert een uur lang huilen. Het was een transcendente ervaring. De symfonie bestaat uit zes delen, en elk deel vertegenwoordigt iets anders: wat de aarde mij vertelt, wat de weidebloemen mij vertellen, wat de dieren van het bos mij vertellen, wat de mens mij vertelt, wat de engelen mij vertellen, wat de liefde mij vertelt. Het had zo’n impact op mij.


Voel je je van je stuk gebracht als je zo’n werk speelt?
Ja. Ik stond al te huilen op het podium. Gelukkig zat ik achterin, dus dat ging nog (lacht). Maar ja, soms worden we overmand door emoties. Dat is de magie van muziek. Ze is even mooi als onverklaarbaar. Dat doet me trouwens denken aan een ander stuk, voor piano en viool dit keer: Poème élégiaque van Eugène Ysaÿe. Als ik het speel, voel ik dat het uit mijn buik komt. Het is muziek die voorbijgaat aan wat je in woorden kan uitdrukken, ze ontstijgt zelfs elke vorm van analyse.


Welke woorden zou je gebruiken om jezelf als muzikante te beschrijven?
Goede vraag. Nu kan ik in mijn hoofd horen wat mensen over me zeggen. Maar dat is niet noodzakelijkerwijs hoe ik me voel. Als ik speel, probeer ik mezelf te laten zien zoals ik ben. Ik heb het gevoel dat ik eerlijk ben op het podium. Het is een plek waar ik geen masker opzet. In de maatschappij moet je je vaak op een bepaalde manier gedragen. Er zijn regels. Soms heb je de indruk dat je in een toneelstuk zit en een rol moet spelen. Ik probeer dat ook steeds minder te doen in mijn privéleven, maar op het podium heb ik zeker niets te verbergen. Soms laten muziekprofessionals zich door uiterlijke schijn meeslepen. Maar in een ideale wereld zouden we gewoon authentiek moeten zijn. Daar is veel krachtiger dan je als iemand anders voordoen.

Nochtans zullen sommigen zeggen dat een rol spelen ook bij dit vak hoort ...
Dat is precies waarom ik er steeds meer allergisch voor ben. Ik wil dat mensen me zien zoals ik ben. En niet dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen de violiste Sylvia en de mens Sylvia. Ik ben op zoek naar een vorm van oprechtheid en eenvoud. Voor onze generatie, met alle technologie en sociale netwerken, lijken we altijd in de projectie en consumptie van beelden te moeten zitten. En ik heb de indruk dat dit ook een verlies van authenticiteit in de hand werkt.

Is je relatie met de viool veranderd sinds je bent beginnen spelen?
Ja, heel erg. In het begin was ik nog te klein om dat te beseffen. Het mooie verhaal van “Ik hoorde het geluid van een viool en ik was op slag verliefd” is niet van toepassing op mij. Ik ben ermee begonnen toen ik drie jaar oud was. Mijn vader is ook violist en hij heeft me alles geleerd. Vioolspelen maakte altijd al deel uit van mijn dagelijkse leven. En omdat ik lang vrij verlegen ben geweest, was het ook een soort therapeutische bubbel. Er waren uiteraard momenten dat ik er genoeg van had. Het woord ‘passie’ komt tenslotte van het Latijnse woord voor ‘lijden’ (lacht). Maar hoe ouder ik werd, hoe meer ik bewust van de muziek begon te houden. En het maakt me zo gelukkig om op het podium te staan, te spelen, mensen te ontroeren ... Ik ben echt dichter tot mijn instrument gekomen.

Op welk instrument speel je?
Momenteel heb ik het geluk een viool te mogen lenen van de Arthur Grumiaux Stichting. Ik heb ze sinds juli 2022. Daarvoor had ik een viool van het Concertgebouw die ik moest teruggeven toen ik het orkest verliet. En dat was best moeilijk. Ik had er zeven jaar op gespeeld en ze was al die tijd mijn reisgenoot geweest. We hadden samen van alles meegemaakt. De laatste keer dat ik erop gespeeld heb, was voor de auditie in de Munt ... En het was toen dat ik de leden van de Stichting ontmoette. Ze hebben me een prachtige Vuillaume geleend die ooit toebehoorde aan Arthur Grumiaux, van wie ik overigens een grote fan ben. Hij had een prachtige collectie en het is een eer om op deze viool te mogen spelen.

Is het makkelijk wennen aan een nieuwe viool?
Ik was de andere al een tijdje gewend. De Vuillaume en ik hebben enkele maanden nodig gehad om elkaar te leren kennen en begrijpen. Zoals een mens. Maar nu zijn we echt supergoede vrienden (lacht)!

© Pieter Claes

Heb je nog dromen die je wilt waarmaken?
Nee, niet echt. Ik probeer altijd niet te ver vooruit te denken. Om te beginnen, wil ik de Munt leren kennen. Ik heb een proefperiode van een jaar en ik wil dat dan ook grondig doen. Vooral tijdens deze eerste operaproductie hoop ik iedereen, mijn nieuwe collega’s op kop, goed te leren kennen.

Voor jou is dit nu een heel ander werk dat begint?
Absoluut. Ik was gewend aan de zeer korte termijn. Bij de symfonische producties van mijn vorige orkest repeteerden we op maandag en dinsdag, en dan traden we op van woensdag tot zondag. De week daarop was het een andere symfonie. Dat is een ander ritme. En ik dacht: ik heb zoveel dingen gespeeld, maar het ging zo snel dat ik geen tijd had om de werken in me op te nemen. Soms hoor ik een stuk op de radio en denk ik “Dat ken ik, dat moet ik gespeeld hebben”. Maar vaak weet ik niet eens meer wat het is. Hier hebben we een maand de tijd om echt te doorgronden wat er in een stuk gebeurt. Met die langetermijnaanpak kun je het werk misschien grondiger verkennen. Het is opwindend om het ene na het andere symfonische repertoire uit te voeren, maar in de loop van een seizoen wordt dat al snel te veel van het goede. Opera daarentegen is oneindig ...