De hernieuwing van de vaste abonnementen voor het nieuwe seizoen 2024-25 begint nu zaterdag om 13 uur. Abonnees van het huidige seizoen ontvangen dan een mailtje met alle praktische informatie.

Sluiten
De Munt / La Monnaie DE MUNT / LA MONNAIE

Ali

De opera van het Europese ‘Grensspektakel’

Ruben Wissing
Leestijd
8 min.

Voor Ali de protagonist in zijn opera werd, was hij één van de vele anonieme figuranten in het Europese ‘grensspektakel’ dat zich sinds een kwarteeuw in onze naam voltrekt, maar aan ons zicht onttrokken blijft.

Ricard Soler Mallol en Ali Abdi Omar richten in hun opera onze blik pijnlijk scherp op de existentiële ervaringen en schijnbaar onoverkomelijke hindernissen die Ali met zoveel van zijn land- en lotgenoten moest ondergaan tijdens zijn lange migratietocht op zoek naar veiligheid. De rechtstreekse confrontatie met hun intieme gevoelswereld maakt hen tot de herkenbare, kwetsbare mensen waarvoor in objectiviserende mediaberichtgeving en politiek discours nauwelijks ruimte is. Ali’s verdriet en onzekerheid hebben natuurlijk te maken met het achterlaten van zijn moeder, zijn familie en vertrouwde omgeving, een verlies dat inherent is aan migratie. Maar zijn pijn en angsten zijn grotendeels op het conto te schrijven van het grens- en migratiebeleid dat Europa aanstuurt, en er net zo goed anders, humaner uit zou kunnen zien.

“In plaats van ons te doden, stellen ze ons bloot aan de dood.”
— Ali (derde bedrijf, scène 4)

Het grensspektakel is Europees vooraleer het Afrikaans is, omdat de verre reis die een vlucht is nooit met dergelijke ontmenselijking gepaard zou gaan zonder het visumbeleid van de Europese Unie, dat een ware globale mobiliteitsapartheid veroorzaakt. Ben je in België geboren, dan kan je met jouw paspoort visumvrij reizen naar ongeveer 84% van de landen (191 op 227) in de wereld (zie deze paspoortindex). Met een Somalisch paspoort kan je zonder visum naar slechts 16% (36) van alle landen in de wereld reizen. Voor de overige 84% van de landen moeten Somaliërs dus een visum aanvragen, maar ze zullen dat zelden krijgen. Syriërs, Afghanen of Somaliërs die moeten vluchten vanwege oorlog of vervolging, hebben een wettelijk recht op asiel, maar kunnen de EU niet binnenkomen. Deze paradox in het Europees grensbeleid zorgt ervoor dat personen op de vlucht zich alleen irregulier en clandestien, met bootjes of langs andere heimelijke wegen, toegang kunnen verschaffen tot een kwalitatief asielsysteem – terwijl ze, eenmaal in de EU, meestal wel degelijk aanspraak maken op de vluchtelingenstatus of subsidiaire bescherming.

Ali is twee lange jaren onderweg voor hij vanuit Qoryooley in Zuid-Somalië uiteindelijk bescherming en veiligheid vindt in Brussel. Op zijn traject komt hij met alle aspecten en gevolgen van dat Europese externe en interne migratiebeleid in aanraking: necropolitiek, een politiek van normalisering van de dood, waarbij bepaalde lichamen het verdienen te leven en andere mogen sterven.

“Ik wil graag – leven. Iedereen wil graag leven.”
— Ali (Vierde bedrijf, scène 3)

Wanneer Ali Somalië ontvlucht, probeert hij te ontkomen aan decennia van burgeroorlogen, politieke instabiliteit, sociale ontwrichting en terroristisch geweld, waarbij enkel de clan soms enige relatieve bescherming kan bieden.

De Somalische vluchtelingen in cijfers

Naast de meer dan 4 miljoen intern ontheemde Somaliërs, bevinden zich in 2023 meer dan 900.000 Somaliërs als vluchteling of asielzoeker in het buitenland. In 2023 vroegen 20.000 van hen asiel aan in de EU, een lichte stijging tegenover 2022. Van deze mensen krijgt 63% effectief een beschermingsstatuut. In België vroegen in 2023 700 Somaliërs asiel aan – op een totaal van 35.000 asielaanvragen, een lichte daling tegenover 2022 dat het hoogste aantal aanvragen kende sinds 2015. Ongeveer 58% van de asielbeslissingen voor Somaliërs in België waren positief, tegenover een algemene beschermingsgraad van 43% (Bron: VN-agentschap voor de Vluchtelingen (UNHCR) en Belgisch Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS)).

Het geweld in zijn thuisland ontvluchten, betekent niet automatisch dat Ali veilig is. Hij moet een beroep doen op een smokkelaar en begint aan een eindeloze resem levensgevaarlijke etappes in de greep van een crimineel netwerk. Een gekmakend traject. Hij heeft geen inspraak, krijgt geen informatie en mag geen vragen stellen. Hij moet beslissingen ondergaan, volgen en wachten, aanvaarden, onderduiken. Opgejaagd door geschreeuw en instructies moet hij steeds op zijn qui-vive zijn voor plotse tempoversnellingen waar hij geen enkele controle over heeft. Overal en in iedereen schuilt gevaar: geweld en dood in handen van de smokkelaar, arrestatie en misbruik door autoriteiten, eenzaamheid in nooit-vermoedde extreme omgevingen, uitputting, slapeloosheid, honger, dorst, pijn, stress, onzekerheid. Nergens bescherming of menselijkheid. Enkel een allesoverheersende angst. Sterke jonge mannen worden kwetsbaar. Overleven moet op hoop.

“Je loopt in het duister.”
— De man (Eerste bedrijf, scène 6)

Internationale afspraken schuiven drie duurzame oplossingen voor vluchtelingenbescherming naar voor: lokale integratie in het asielland, hervestiging in een ander land of duurzame terugkeer. Geen van die opties is beschikbaar in de Afrikaanse landen waar Ali doorreist.

In Afrika wordt de overgrote meerderheid van de vluchtelingen opgevangen ‘in de regio’. Van de 27 miljoen personen die in de laatste halve eeuw in Sub-Sahara Afrika op de vlucht sloegen, zijn er meer dan 25 miljoen als vluchteling in die regio gebleven. Toch zijn de Oost-Afrikaanse landen waar Ali doortrok geen veilige asiellanden waar hij kans maakte op een legaal verblijf met waardige opvang en integratiekansen. Bovenop de vele miljoenen interne ontheemden, herbergt de regio enkele van de grootste vluchtelingenpopulaties ter wereld: Ethiopië vangt één miljoen migranten op de vlucht op, Kenia 750.000, Oeganda anderhalf miljoen, Zuid-Soedan 300.000. Tegelijkertijd is de opvang van vluchtelingen er een van de meest ondergefinancierde ter wereld: nauwelijks 30 % van de benodigde budgetten voor UNHCR, het VN-agentschap voor de vluchtelingen, worden door de internationale gemeenschap effectief ter beschikking gesteld.

“Ik ben hier om jullie te helpen.”
— Walid (Tweede bedrijf, scène 1)

De EU ontwikkelt weliswaar een migratiebeleid met Afrikaanse partnerlanden waarin een betere bescherming van de rechten van vluchtelingen en migranten, naast de strijd tegen mensenhandel, steevast onder de uitgesproken prioriteiten figureert. De realiteit is echter een stuk cynischer. De EU ziet er nauwelijks op toe dat wie gedwongen op de vlucht slaat in haar partnerlanden ook toegang krijgt tot de rechten waarin het Vluchtelingenverdrag (de zogenaamde Conventie van Genève uit 1951) voorziet, er zijn zo goed als geen integratie- en toekomstperspectieven in de regio. Ontwikkelingsgeld wordt herbestemd om grenzen te beveiligen.

De EU creëert geen legale en veilige alternatieven om personen op de vlucht uit de handen van criminele organisaties te houden of solidariteit te betuigen met de Afrikaanse landen die vluchtelingen opvangen. Van de 30.000 hervestigingen waar ze zich in 2021-22 voor engageerden, hebben EU-landen slecht ongeveer de helft effectief uitgevoerd, en geen enkele uit de Hoorn van Afrika, Ali’s regio. België hervestigde slechts 71 personen in 2022 en 287 in 2023. In plaats daarvan worden grenzen gemilitariseerd, onschuldige hand- en spandiensten aan migranten gecriminaliseerd, en de routes steeds gevaarlijker en duurder. Ali’s schrik voor de autoriteiten onderweg toont aan dat zij geen partner in bescherming zijn, maar uitvoerders van het Europese migratiebeleid. Het ultieme doel van het beleid is migratie naar Europa af te remmen, en daarvoor wordt in Afrika een grensbeleid ontplooid dat de doodsangst en ontmenselijking in stand houdt.

Libië is een notoir voorbeeld van een Europese beleid dat deals sluit met regimes die voor een cheque met negen nullen hun handen vuil willen maken met het afschrikken van de rechteloze verworpenen der aarde. Het oorspronkelijke akkoord tussen het Italië van Berlusconi en het Libië van Khadaffi wordt inmiddels door de EU gefaciliteerd. Ali maakte de genoegzaam bekende en wijdverspreide gevolgen ervan persoonlijk mee: opsluiting voor onbepaalde tijd in de Libische woestijn, onderworpen aan de willekeurige afpers- en folterpraktijken van smokkelaars, milities en veiligheidsdiensten, die migranten louter als handelswaar of lustobject beschouwen.

“De tijd rekt zich uit tot in de eeuwigheid.”
— Ali (Derde bedrijf, scène 4)

Door hoog in te zetten op het indammen van migratie, zonder humanitaire voorwaarden af te dwingen, is Europa uitermate chanteerbaar geworden door regimes die het met mensenrechten minder nauw nemen. Dit leidde onder meer tot een ongeziene toename en normalisering van verboden pushbackpraktijken aan Europa’s buitengrenzen. Ook Ali doorstond de doodsverachting die daarmee gepaard gaat. In de Middellandse Zee besteedt de EU de redding en ontscheping van migranten, waar ze volgens internationale zeerecht toe verplicht is, deels uit aan de Libische kustwacht, die een spectaculaire en proactieve voortrekkersrol op zich nam in het afschrikken, met dodelijke gevolgen – zie het incident met de Sea Watch reddingsboot in 2017. In het In het laatste decennium leidde dit tot 30.000 vermisten en doden in onze Euro-Afrikaanse binnenzee.

© missingmigrants.iom.int

“Ik ben bang om te verdwijnen.”
-- Ali (Derde bedrijf, scène 4)

De ingeslagen weg is voor steeds meer Europese landen slechts het begin van hun plannen in het Globale Zuiden. Met het zogenaamde ‘Australische model’ willen ze niks minder dan hun asielbeleid volledig uitbesteden: asielzoekers volledig van het grondgebied weren, en partnerlanden financieren voor het organiseren van de asielprocedure en opvang. Het Rwandaplan van de Britse regering en het akkoord van Italië met Albanië zijn de meest sprekende voorbeelden, maar ze kunnen onmogelijk in overeenstemming met het internationale recht uitgevoerd worden zonder onwaarschijnlijke investeringen en hervormingen op vlak van opvang en procedures in de partnerlanden. Het is politieke sciencefiction, terwijl humane alternatieven uitvoerbaar zijn: vanuit de regio’s van herkomst substantiële aantallen vluchtelingen hervestigen, ter plaatse ook de uitbouw van betere vluchtelingenopvang ernstig ondersteunen en de inspanningen solidair verdelen tussen de EU lidstaten hoeft niet duurder te zijn en zal op lange termijn een grotere impact hebben op irreguliere migratie dan het huidige afschrikkingsbeleid.

Als Ali ondanks alles uiteindelijk toch de Europese buitengrenzen over geraakt, komt hij niet zonder meer aan in de veilige haven die ons mensenrechtendiscours belooft, of ooit beloofde. De waarden en principes die we fundamenteel verklaarden, blijken uiterst buigzaam waar het vluchtelingen betreft: geen vrijheid en bescherming, maar opsluiting, kampen en een cultuur van ongeloof en wantrouwen. Tussen lidstaten bestaat geen echte solidariteit, maar enkel crisismechanismen en eindeloze procedures. Voor wie op zoek is naar bescherming en kansen is de vrijheid van ‘Schengen’, met zijn interne open grenzen, gebarricadeerd door ‘Dublin’ – zoals de regels bekendstaan die asielzoekers zonder visa aan de buitengrenzen van de EU proberen de houden. De ontmenselijking, die we met de spoken van het verleden voorgoed van het Europese grondgebied zeiden verjaagd te hebben, dreigt met het recent goedgekeurde Migratie- en Asielpact de nieuwe standaard te worden in de EU.

“Nergens wacht er iemand op me, maar ik vertrek.”
-- Ali (Vierde bedrijf, scène 3)