De Munt / La Monnaie DE MUNT / LA MONNAIE

Burmese days

George Orwells debuutroman als opera

Willem Bruls
Leestijd
4 min.

De Thais-Britse componist Prach Boondiskulchok (Bangkok, 1985) kwam op zijn veertiende naar Groot-Brittannië om piano en compositie te studeren. Sindsdien heeft hij een opvallend oeuvre opgebouwd dat nu resulteert in de opera Burmese Days, een nieuw werk waarin veel artistieke en autobiografische lijnen samenkomen.

De opera is gebaseerd op de gelijknamige roman van George Orwell, voor het eerst verschenen in 1934. Wat sprak je daarin aan?

Daarvoor moeten we teruggaan naar mijn vroegste jaren in Thailand. Op de staatsschool kregen we onderwijs in zowel Thaise als westerse klassieke muziek. Vanaf mijn jeugd tot nu heb ik het besef van die twee werelden altijd met me meegedragen. Als componist richt ik me erop om telkens tegelijkertijd op verschillende plekken te zijn. Als een Thai die in Europa werkt, word ik onwillekeurig steeds geconfronteerd met de vraag: wie ben ik en wat is mijn muziek? Het antwoord daarop is: altijd iets tussenin, vooruit en achteruit kijkend, oost en west, naar binnen en naar buiten gericht. Er zijn veel boeken geschreven over deze staat van bewustzijn maar toen ik tijdens een vakantie in Cambodja voor de eerste keer Burmese Days las, ging er in mijn hoofd een lichtje branden. Dit boek is het perfecte onderwerp voor een opera.

“Deze roman geeft me de mogelijkheid om zaken uit te drukken waarmee ik al mijn hele leven bezig ben.”

Orwell kijkt naar het oosten met een westerse blik, maar eigenlijk zijn we allemaal buitenstaanders bij de geschiedenis van deze regio. Er is de laatste eeuwen zoveel veranderd. Je kunt je zelfs afvragen of een Thai of een Birmaan de geschiedenis van het pre-koloniale Thailand of Myanmar beter kent dan wij. Interessant is hoe Orwell het personage van de Britse koloniaal John Flory uitwerkt, als iemand die deel is van het systeem maar er tegelijkertijd een kritische afstand tot heeft. Dat raakt aan de manier waarop ik de afgelopen tien jaar de muziek van Myanmar en Thailand heb onderzocht en hoe ik die vervolgens opneem in de zogenaamde klassieke muziektaal van mezelf. De roman geeft me de mogelijkheid om zaken uit te drukken waarmee ik al mijn hele leven bezig ben.

Hoe zou je de muziek van Myanmar of Thailand omschrijven?

Ik besef dat het een vreselijke veralgemening is, maar er zijn grofweg twee soorten muziek. Enerzijds dat wat we volksmuziek noemen – maar daar zijn er talloze verschillende vormen van in Myanmar en Thailand. En daarnaast is er ook de hofmuziek. Tussen de hoven van de Zuidoost-Aziatische stadstaten vond een enorme uitwisseling plaats. Veel is trouwens oorspronkelijk afkomstig van de Balinese en Javaanse gamelanmuziek, die nog ouder is. Birmaanse muziek is gebaseerd op één centrale melodie, waar de andere instrumenten versieringen op maken. Die muziek is heel tastbaar, gebaseerd op de materialiteit van de instrumenten. Dubbelriet blaasinstrumenten zoals de pi of de hnè zijn het luidst en leiden daarmee ook de melodie, op een virtuoze manier. De combinatie van melodische percussie en zo’n instrument komt veel voor in de hele regio. Ik hoop dat het publiek mijn versie van deze melodieën en de bijzondere toonhoogten ervan zal kunnen ontdekken, in combinatie met mijn klassieke idioom.

Hoe verhoudt zich dat tot de zangstemmen?

Eigenlijk is het eerste antwoord hierop heel simpel: de stem verwoordt voor mij primair de tekst. De vijf zangers, die samen zeven rollen zingen, hebben hun eigen vocale traditie. U Po Kyin, de enorm ambitieuze Birmaanse magistraat die opgenomen wil worden in de Britse club, heeft een tamelijk virtuoze maar tegelijkertijd moderne stijl. Ma Hlay May, zangeres en de Birmaanse geliefde van John Flory, zingt in een stijl die dichter ligt bij de vocale tradities van Myanmar. Alle andere personages bevinden zich daartussenin.

“Er heerst altijd een spanning bij de theoretische kritiek op een systeem waar je zelf medeschuldig aan bent. Dat is een orwelliaans thema.”

Burmese Days is een vroege roman van George Orwell over Myanmar, en hij was er enige tijd ook zelf als koloniaal militair en politieagent gestationeerd. Is het hoofdpersonage een autobiografische spiegeling van Orwell zelf?

Wie de roman leest kan nauwelijks iets anders concluderen dan dat Flory Orwell is. Dat komt alleen al tot uiting in de artistieke gevoeligheid van het personage. Hij is kritisch over het Britse koloniale imperium, maar hij profiteert er ook van. Er heerst altijd een spanning bij de theoretische kritiek op een systeem waar je zelf medeschuldig aan bent. Dat is een orwelliaans thema. Flory is Orwell, maar ook jou en mij. We bevinden ons allemaal ergens in zo’n situatie. Persoonlijk identificeer ik mij echter veel meer met U Po Kyin. Hij wordt door Orwell neergezet als een lachwekkend en slecht personage, maar ik voel me dicht bij hem staan, misschien omdat ik in Europa ook een soort buitenstaander ben. We kunnen U Po Kyin niet veroordelen omdat het systeem mensen zoals hem produceert.

Orwell (derde van links, staand) in Birma
Orwell (derde van links, staand) in Birma
En hij wordt ook nog eens geconfronteerd met een buitenlandse bezetter.

Precies. We spreken geen morele oordelen uit. We proberen dat deel van de Birmaanse kosmos te laten zien zoals het is of was. We tonen geen postkoloniale kritiek op de Britse bezetting. Het gaat om de complexe elementen van een maatschappij en culturen die botsen, én de rijkdom die dat met zich meebrengt.